Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Strafzaken

02

sep
2026

In Strafzaken

Door - K. Canatan

Brunell en McArdle tegen Nederland | EHRM: het hof mag een vrijspraak niet omzetten in een veroordeling zonder de beslissende getuige zélf te horen

On 02, sep 2026 | In Strafzaken | Door - K. Canatan

Op 1 september 2026 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Brunell en McArdle tegen Nederland (klachtnrs. 30395/20 en 31220/20) unaniem dat artikel 6 lid 1 EVRM is geschonden. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde een vrijspraak en kwam tot een veroordeling, zonder de getuige op wiens verklaring die veroordeling beslissend rustte zelf te horen.

De zaak

In februari 2009 werd in Amsterdam een in stukken gesneden lichaam gevonden. Het slachtoffer was gedood in het Rotterdamse appartement van de man die in de uitspraak getuige X heet, waar de twee Ierse verdachten verbleven. X, aanvankelijk zelf verdachte, verklaarde pas nadat hij het dossier had ingezien dat zij het slachtoffer hadden gedood.

De rechtbank Amsterdam sprak hen in 2017 vrij van moord en doodslag: de verklaringen van X waren onvoldoende betrouwbaar, mede omdat hij pas belastend verklaarde toen duidelijk werd dat telecomgegevens hemzelf op de plaats delict plaatsten. Voor het wegmaken van het lijk kregen zij twee jaar. Het hof Amsterdam oordeelde in 2018 anders, gebruikte de verklaringen van X wél voor het bewijs en legde dertien jaar op. Het verzoek van de verdediging om X ter zitting te horen wees het hof af als onvoldoende onderbouwd en niet noodzakelijk, mede omdat X al door de rechter-commissaris was gehoord. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep op 28 januari 2020.

Het oordeel

Het steunbewijs — telecomgegevens, reisbewegingen, DNA op de kettingzaag — kon de verdachten in de woning plaatsen, maar gaf geen inzicht in de toedracht en ieders rol. De schuldvaststelling hing daarmee af van de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de lezing van X; zijn verklaringen waren beslissend.

Door in die situatie de vrijspraak te vernietigen zonder X zelf te horen, terwijl zijn geloofwaardigheid in eerste aanleg juist serieus ter discussie stond, kon het hof zich geen rechtstreeks oordeel over die betrouwbaarheid vormen. Dat is onverenigbaar met het onmiddellijkheidsbeginsel en tast de eerlijkheid van de procedure als geheel aan. Dat de Hoge Raad de zaak niet terugwees voor een nieuw verhoor, herstelde dit niet.

Niet het ondervragingsrecht, maar de eigen oordeelsvorming van het hof

X was in 2015 gehoord door de rechter-commissaris, in aanwezigheid van de raadslieden, en dat de verdediging toen vragen heeft kunnen stellen was niet in geschil. Het Hof beoordeelt de zaak dan ook onder artikel 6 lid 1 en laat de klacht over artikel 6 lid 3 onder d onbesproken. De verantwoordelijkheid ligt bij de appelrechter zelf: wie met volle rechtsmacht over feit en recht een vrijspraak omzet in een veroordeling op basis van een betwiste, beslissende getuigenverklaring, zal die getuige in beginsel zelf ter zitting moeten horen. Of dat ook ambtshalve moet, liet het Hof open — de verdediging had er hier immers om verzocht.

Het gaat om een Chamber-uitspraak, die nog niet definitief is; verwijzing naar de Grote Kamer is mogelijk. Heropening van de strafzaak is volgens het Hof de aangewezen vorm van herstel.

Bronnen
  • EHRM 1 september 2026, Brunell en McArdle t. Nederland, klachtnrs. 30395/20 en 31220/20 (Vierde Sectie). De uitspraak is alleen in het Engels beschikbaar via HUDOC.
  • Persbericht van de griffier van het EHRM, ECHR 209 (2026).

Ons kantoor

Wij voeren procedures bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, naast cassatie bij de Hoge Raad. Speelt in uw zaak de vraag of een getuige alsnog gehoord moet worden, of loopt u tegen de grenzen van hoger beroep en cassatie aan? Neem gerust contact met ons op.

5/5 - (4 stemmen)

Call Now Button