Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Strafzaken

30

dec
2015

In: Strafzaken

Door: F.P. Slewe

De Wet van 25 november 2015 tot langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Staatsblad 2015, 460)

On 30, dec 2015 | | In: Strafzaken | Door: F.P. Slewe

De Wet van 25 november 2015 tot langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking is onlangs in het Staatsblad verschenen (Staatsblad 2015, 460). Het streven is om de wet op 1 juli 2016 in werking te laten treden. In deze wet wordt onder meer de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel geïntroduceerd.

De nieuwe wet maakt mogelijk dat zedendelinquenten, zware geweldsdelinquenten en voormalig terbeschikkinggestelden na hun terugkeer in de samenleving langer onder intensief toezicht komen te staan en dat hun resocialisatie aan voorwaarden is gebonden. Een bepaalde categorie delinquenten met een hoog risiconiveau op recidive zal hierdoor langdurig of zelfs levenslang onder toezicht kunnen blijven staan.

De nieuwe wet bevat de volgende onderdelen:

  • In art. 38j Sr, tweede lid, vervalt de maximale duur van negen jaar van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bij de terbeschikkingstelling (tbs). Door het afschaffen van deze wettelijke maximale duur kan de rechter de voorwaardelijke beëindiging steeds jaarlijks of tweejaarlijks verlengen, zonder dat de voorwaardelijke beëindiging na negen jaar van rechtswege eindigt.
  • De minimumduur van de proeftijd van de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) wordt gelijk getrokken met de minimumduur van de proeftijd van de algemene voorwaarde. De minimumduur van de proeftijd van de bijzondere voorwaarden van de v.i. bedraagt zodoende ten minste een jaar (art. 15c Sr, tweede lid).
  • In de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling is de mogelijkheid opgenomen om de proeftijd eenmalig te verlengen met ten hoogste twee jaren.
  • Daarnaast kan de voorwaardelijke veroordeling telkens met ten hoogste twee jaar worden verlengd indien en zo lang er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat een zeden- of zware geweldsdelinquent wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is (art. 15c Sr, derde lid (nieuw)).
  • Tot slot introduceert de wet een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel voor terbeschikkinggestelden van wie de terbeschikkingstelling (definitief) is geëindigd en voor zware gewelds- en zedendelinquenten van wie de gevangenisstraf is geëindigd of van wie de voorwaardelijke invrijheidsstelling na een gevangenisstraf is geëindigd (artt. 38z t/m 38ag Sr (nieuw)).

De procedure voor de oplegging en tenuitvoerlegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zal worden geregeld in een nieuwe Vierde Afdeling van Titel IIA van het Wetboek van Strafrecht. In deze Afdeling is het volgende geregeld:

  • De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden die in het kader van de zelfstandige maatregel kunnen worden opgelegd zijn:
  1. 
een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;
  2. 
opneming van de veroordeelde in een zorginstelling;
  3. 
een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling;
  4. 
het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
  5. 
het deelnemen aan een gedragsinterventie;
  6. 
een verbod om vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten;
  7. 
andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende;
  8. 
een locatieverbod;
  9. 
een contactverbod;
  10. 
een meldplicht;
  11. 
een beperking van het recht Nederland te verlaten;
  12. 
een verhuisplicht of een verbod om zich in een bepaald gebied te vestigen.
  • De voorwaarden kunnen afzonderlijk of in combinatie worden opgelegd.
  • Aan de in het kader van de toezichthoudende maatregel gestelde voorwaarde(n) kan elektronisch toezicht worden verbonden.
  • De rechter kan de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel opleggen bij de uitspraak waarbij de verdachte ter beschikking wordt gesteld dan wel wordt veroordeeld voor zware gewelds- en zedendelicten.
  • De tenuitvoerlegging van de maatregel vindt pas plaats indien het Openbaar Ministerie een vordering daartoe doet bij de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd. De vordering dient in beginsel uiterlijk tien weken voor de beëindiging van de opgelegde tbs of gevangenisstraf te worden ingediend.
  • Als het Openbaar Ministerie een vordering indient, beoordeelt de rechter of hij aanleiding ziet de maatregel ten uitvoer te leggen. Dit is het geval indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de zelfstandige maatregel kan worden opgelegd of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is (de ‘gronden’).
  • De reclassering geeft een advies over het recidiverisico en/of de noodzaak tot bescherming van de slachtoffers of getuigen bij een vordering tot oplegging en bij een vordering tot tenuitvoerlegging of verlenging van het langdurig toezicht.
  • Wanneer de rechter tot tenuitvoerlegging besluit, bepaalt hij in zijn vonnis welke voorwaarden daarbij worden gesteld en wat de duur van de maatregel is.
  • Een last tot tenuitvoerlegging van de maatregel kan afgegeven worden voor een periode van twee, drie, vier of vijf jaar. Deze maatregel kan vervolgens telkens door de rechter worden verlengd met een periode van twee, drie, vier of vijf jaar. Niet uitgesloten is dat de maatregel telkens opnieuw wordt verlengd en dat uiteindelijk sprake is van levenslang toezicht.
  • Het Openbaar Ministerie of de delinquent kan de rechter verzoeken om opheffing of wijziging van de maatregel.
  • Tegen de last tot tenuitvoerlegging van de maatregel kan beroep worden ingesteld. Beroep staat evenzeer open tegen de verlenging van de duur van de maatregel, tegen de opheffing ervan en tegen de wijziging van de daarbij gestelde voorwaarden.
  • De tenuitvoerlegging van de maatregel kan niet worden geschorst of opgeschort door het instellen van beroep (dadelijk uitvoerbaar).
  • Vervangende hechtenis van ten hoogste zes maanden kan worden toegepast als de veroordeelde niet voldoet aan de maatregel. Bij elke verlenging van de maatregel gaat een nieuwe maximumduur van zes maanden vervangende hechtenis lopen.
  • De vervangende hechtenis geldt niet als vervanging van de opgelegde maatregel.
De Wet van 25 november 2015 tot langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking (Staatsblad 2015, 460)
Uw beoordeling