Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Strafzaken

04

dec
2016

In: Strafzaken

Door: F.P. Slewe

Wet digitale processtukken Strafvordering (Stbl. 2016, 90)

On 04, dec 2016 | | In: Strafzaken | Door: F.P. Slewe

Op 1 december 2016 is de Wet digitale processtukken Strafvordering (Stb. 2016, 90) in werking getreden.

Deze nieuwe wet maakt het mogelijk het gebruik van digitale processtukken te faciliteren en te kanaliseren. Het bevat daartoe een drietal regelingen:

  1. een regeling voor de integriteit van processtukken in elektronische vorm;
  2. een regeling voor het elektronisch ondertekenen van processtukken;
  3. een regeling voor het langs elektronische weg doen van aangifte, indienen van verzoeken, schrifturen, klaagschriften, instellen van rechtsmiddelen en kennisneming van processtukken.

Op grond van de nieuwe wetgeving kunnen verdachten en slachtoffers voortaan aangiften, indienen van klaagschriften, schrifturen of verzoeken tot het instellen van rechtsmiddelen in elektronische vorm langs elektronische weg verzenden met behulp van een elektronische voorziening. Een elektronische voorziening is een webportaal of andere internetdienst waarmee voornoemde stukken overgedragen kunnen worden aan de bevoegde instanties.

In art. 2 lid 3 van het Besluit digitale stukken Strafvordering van 6 oktober 2016 (Stbl. 2016, 359) kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de wijze waarop stukken worden overgedragen door de elektronische voorziening. Ook kunnen eisen worden gesteld waaraan de stukken dienen te voldoen die worden overgedragen door de elektronische voorziening. Deze ministeriële regeling is evenwel nog niet gepubliceerd. In afwachting van een ministeriële regeling kan bij (proces) reglement (de rechterlijke instanties) of bij beleidsregels (het Openbaar Ministerie) worden voorgeschreven aan welke eisen elektronische berichten moeten voldoen.

Het lijkt erop dat de rechterlijke instanties en het Openbaar Ministerie hier nog niet op ingespeeld hebben. Volgens het Procesreglement van de strafkamer van de Hoge Raad 2013 geldt bijvoorbeeld nog steeds het voorschrift dat een schriftuur met middelen van cassatie die langs elektronische weg (per e-mail) is ingediend, niet in behandeling wordt genomen (VI.6).

Blijkens haar arrest van 22 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2654) heeft de Hoge Raad daarentegen wel een algemeen kader gegeven op welke wijze een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat cassatie kan instellen door middel van het verlenen van een daartoe strekkende schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker middels een elektronische bericht. Een enkel e-mailbericht is volgens de Hoge Raad immers niet zo’n schriftelijke volmacht.

Een als bijlage bij een e-mail gevoegde brief, inhoudende een schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte een rechtsmiddel aan te wenden, moet volgens de Hoge Raad echter wel als zo een schriftelijke volmacht worden aangemerkt, mits:

(i) het e-mailbericht, met bijlage, is verzonden naar een e-mailadres dat door het gerecht is aangewezen voor communicatie met de griffiemedewerkers inzake de aanwending van rechtsmiddelen in strafzaken en

(ii) de schriftelijke volmacht voldoet aan een aantal geformuleerde eisen.

 

Wet digitale processtukken Strafvordering (Stbl. 2016, 90)
Uw beoordeling