Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Verklaring Omtrent het Gedrag

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag geen bezwaar oplevert voor het bekleden van een bepaalde functie. Een VOG kan in diverse gevallen nodig zijn, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een nieuwe baan. Zo kan u door uw beoogde werkgever verzocht worden een VOG te overleggen. Voor sommige functies is een VOG zelfs verplicht, bijvoorbeeld voor de functie van onderwijzer en taxichauffeur. De VOG-specialist van ons kantoor is Pepijn Slewe. Hij kan u vooraf adviseren, maar ook de bezwaarprocedure voor u voeren.

 

Aanvraag VOG

U kunt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanvragen door een aanvraagformulier in te dienen bij de gemeente waar u staat ingeschreven. Sinds 1 januari 2012 kunt u bij sommige organisaties een VOG aanvragen via internet. De gemeente neemt de gegevens van uw aanvraagformulier over en vult ze automatisch aan met gegevens vanuit de Gemeentelijke Basisadministratie en stuurt alles door naar het COVOG van de Dienst Justis.

 

COVOG

Het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) is de instantie die namens de minister van Veiligheid & Justitie beslist of een VOG al of niet wordt afgegeven.

 

Justitieel Documentatiesysteem

Ter beoordeling van een VOG-aanvraag raadpleegt het COVOG alle justitiële gegevens van u die zijn geregistreerd in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS). Uit deze justitiële gegevens blijkt of u bijvoorbeeld door een rechter bent veroordeeld, een schikking heeft getroffen of een transactie bent aangegaan met justitie. Verder kan het COVOG gegevens uit de politiebestanden betrekken in het onderzoek en inlichtingen inwinnen bij het Openbaar Ministerie en de Reclassering.

 

Justitiële gegevens

Als uit onderzoek blijkt dat u niet voorkomt in het JDS, beslist het COVOG binnen vier weken na ontvangst van uw aanvraag om een VOG af te geven. Als echter blijkt dat u in aanraking bent geweest met Justitie, beoordeelt het COVOG of dat relevant is voor het doel waarvoor de verklaring is aangevraagd.

 

Gegevens die niet in de beoordeling worden betrokken zijn:

(a)    vrijspraken;

(b)   uitspraken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie;

(c)    beslissing tot niet vervolgen omdat de betrokken persoon ten onrechte als verdachte is aangemerkt;

(d)   technische sepots (sepotcode 02);

(e)    sepotgrond die ziet op de omstandigheid dat iemand ten onrechte als verdachte is aangemerkt (sepotcode 01);

(f)     sepotgrond die ziet op de omstandigheid dat de verdachte een politieambtenaar betreft en uit onderzoek blijkt dat hij binnen de wettelijke kaders heeft gehandeld en rechtmatig geweld heeft aangewend (sepotcode 09).

 

Terugkijktermijn

Bij het onderzoek of uw justitiële gegevens relevant zijn voor het doel waarvoor de VOG is aangevraagd wordt in de regel een terugkijktermijn van vier jaren in acht genomen. Dit houdt in dat de beoordeling van de aanvraag plaatsvindt aan de hand van justitiële gegevens die ten aanzien van de aanvrager gedurende de vier jaren voorafgaand aan het moment van beoordeling voorkomen in het JDS. In sommige gevallen wordt hiervan afgeweken. Indien bijvoorbeeld een VOG ziet op een functie met hoge integriteitseisen dan geldt er een terugkijktermijn van tien jaren en bij chauffeurspassen geldt een terugkijktermijn van vijf jaren. Mochten de justitiële gegevens bovendien zedenmisdrijven bevatten dan wordt de terugkijktermijn niet in duur beperkt.

 

Uitgangspunten terugkijktermijn

De terugkijktermijn wordt berekend vanaf de datum van de beoordeling van de aanvraag.  De hoofdregel is dat wordt gekeken naar:

(a)    de uitspraak van de rechter in eerste aanleg.

Dit uitgangspunt geldt ook ten aanzien van een rechterlijke uitspraak die nog niet onherroepelijk is, bijvoorbeeld omdat hoger beroep en/of cassatie is ingesteld.

 

Indien geen sprake is van een rechterlijke uitspraak, maar de zaak is afgedaan door het Openbaar Ministerie geldt als uitgangspunt:

(b)   de datum dat door het Openbaar Ministerie een strafbeschikking is genomen,

(c)    de datum van de transactie zoals vermeld in het JDS, of

(d)   de datum waarop door het Openbaar Ministerie een beslissing is genomen geen verdere vervolging in te stellen (sepot).

 

Indien geen sprake is van een situatie als genoemd onder a, b, c of d dan staat de strafzaak nog open en geldt als uitgangspunt:

(e)    de pleegdatum.

 

Ten aanzien van openstaande strafzaken met betrekking tot zedendelicten en fraudedelicten wordt in afwijking van de hoofdregel in het geval genoemd onder e niet de pleegdatum als uitgangspunt genomen, maar wordt gekeken naar de datum waarop het justitiële gegeven bij het Openbaar Ministerie is aangebracht.

 

Screeningsprofielen

Indien blijkt dat u in aanraking bent geweest met justitie, beoordeelt het COVOG aan de hand van screeningsprofielen of de strafbare feiten een belemmering (kunnen) vormen voor de afgifte van een VOG. Er bestaan screeningsprofielen voor specifieke beroepsgroepen, zoals buitengewoon opsporingsambtenaar, onderwijzer en taxichauffeur. Daarnaast heeft het COVOG een algemeen screeningsprofiel ontwikkeld.

 

Voornemen tot weigeren VOG

Indien het COVOG van oordeel is dat u een VOG moet worden geweigerd dan ontvangt u altijd eerst een voornemen tot weigeren. In dit voornemen staan de redenen van de voorgenomen weigering van een VOG. Op dit voornemen kunt u in de regel binnen 2 weken schriftelijk reageren.

 

Bezwaar

Indien uw VOG definitief geweigerd wordt, ontvangt u een afwijzende beschikking hiervan. Daarin staat welke overwegingen ten grondslag liggen aan de weigering. Tegen een afwijzende beschikking kunt u binnen 6 weken bezwaar maken. Tijdens de bezwaarschriftenprocedure wordt u in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit horen vindt plaats in Den Haag maar kan ook telefonisch plaatsvinden.

 

Beroep

Indien uw bezwaar wordt afgewezen kunt u binnen 6 weken in beroep bij de rechtbank. Hiervoor zijn wel griffierechten verschuldigd. De griffierechten zijn voor natuurlijke personen € 156,- en voor rechtspersonen € 310,-.

 

Raad van State

Tegen een besluit van de rechtbank kunt u binnen 6 weken in beroep bij de Raad van State. Ook hier zijn griffierechten verschuldigd ten bedrage van € 232,- voor natuurlijke personen en € 466,- voor niet-natuurlijke personen.

 

Meer informatie

De Rijksoverheid heeft uitgebreide informatie gepubliceerd over de Verklaring Omtrent het Gedrag. Klik hier om de website te bezoeken.

 

Kies uw specialist: